Leeghuis nieuws m.b.t. aankoop en verhuur op de woningmarkt

Lokale Monitor Wonen: woonlasten huurders particuliere sector hoger dan sociale sector

 

Een huurder van een corporatiewoning is gemiddeld een derde (33 procent) van zijn inkomen kwijt aan woonlasten (huur, energie en lokale belastingen). Huishoudens in de particuliere huursector geven een groter deel van hun inkomen uit, namelijk 37 procent. Dat blijkt uit de tweede editie van de Lokale Monitor Wonen die op 15 juni 2017 is gepubliceerd. Voor het eerst zijn hierin ook cijfers over de particuliere huursector opgenomen.

 

Aanbod corporatiewoningen
Het aantal corporatiewoningen dat beschikbaar is voor huurders die huurtoeslag ontvangen nam af. Dit komt door een toename van het aantal huishoudens in die doelgroep en een afname van het aantal corporatiewoningen met een huur tot 618 euro.

Woonlasten
In de corporatiesector gaven huurders in 2015 een groter deel van hun inkomen uit aan huur dan in 2014. Dit komt door een daling van het besteedbaar inkomen en een stijging van de huurprijzen. De gemiddelde huurquote (huur verminderd met huurtoeslag als percentage van het inkomen) van huishoudens in corporatiewoningen was 22,5 procent in 2014 en 23,6 procent in 2015.
Het percentage huishoudens in een corporatiewoning met een betaalrisico nam in 2015 dan ook licht toe. Van een betaalrisico is sprake als het besteedbaar inkomen te laag is om alle noodzakelijke uitgaven te dekken. In 2014 had 14 procent van de huishoudens in een corporatiewoning een betaalrisico, in 2015 was dit 14,8 procent.

Huurquotes
Verhoudingsgewijs geven huishoudens in particuliere huurwoningen een groter deel van hun inkomen uit aan huur- en woonlasten dan huishoudens in een corporatiewoning. In 2015 bedroegen de gemiddelde woonlasten in de corporatiesector 580 euro (gemiddelde huurquote 33 procent), in de particuliere sector was dit 815 euro (huurquote 37 procent).

Scheefwonen
Het aandeel dure scheefwoners (huurders huren relatief duur voor hun inkomen) én goedkope scheefwoners (huurders huren relatief goedkoop voor hun inkomen) ligt een stuk hoger in de particuliere huursector. In 2015 woonde 12,9 procent van de huishoudens in een corporatiewoning duur scheef, ten opzichte van 19,6 procent in een particuliere huurwoning. Voor goedkoop scheefwonen lagen die percentages op 13,7 procent (corporatiewoningen) en 15,3 procent (particuliere huurwoningen).

Het goedkoop scheefwonen in de corporatiesector nam licht af: van 14,4 procent in 2014 naar 13,7 procent in 2015. Het duur scheefwonen in de corporatiesector nam iets toe: van 12,0 procent in 2014 naar 12,9 procent in 2015.

 

 

Lokale Monitor Wonen: woonlasten huurders particuliere sector hoger dan sociale sector

Een huurder van een corporatiewoning is gemiddeld een derde (33 procent) van zijn inkomen kwijt aan woonlasten (huur, energie en lokale belastingen). Huishoudens in de particuliere huursector geven een groter deel van hun inkomen uit, namelijk 37 procent. Dat blijkt uit de tweede editie van de Lokale Monitor Wonen die op 15 juni 2017 is gepubliceerd. Voor het eerst zijn hierin ook cijfers over de particuliere huursector opgenomen.

Aanbod corporatiewoningen
Het aantal corporatiewoningen dat beschikbaar is voor huurders die huurtoeslag ontvangen nam af. Dit komt door een toename van het aantal huishoudens in die doelgroep en een afname van het aantal corporatiewoningen met een huur tot 618 euro. 

Woonlasten
In de corporatiesector gaven huurders in 2015 een groter deel van hun inkomen uit aan huur dan in 2014. Dit komt door een daling van het besteedbaar inkomen en een stijging van de huurprijzen. De gemiddelde huurquote (huur verminderd met huurtoeslag als percentage van het inkomen) van huishoudens in corporatiewoningen was 22,5 procent in 2014 en 23,6 procent in 2015. 
Het percentage huishoudens in een corporatiewoning met een betaalrisico nam in 2015 dan ook licht toe. Van een betaalrisico is sprake als het besteedbaar inkomen te laag is om alle noodzakelijke uitgaven te dekken. In 2014 had 14 procent van de huishoudens in een corporatiewoning een betaalrisico, in 2015 was dit 14,8 procent.

Huurquotes
Verhoudingsgewijs geven huishoudens in particuliere huurwoningen een groter deel van hun inkomen uit aan huur- en woonlasten dan huishoudens in een corporatiewoning. In 2015 bedroegen de gemiddelde woonlasten in de corporatiesector 580 euro (gemiddelde huurquote 33 procent), in de particuliere sector was dit 815 euro (huurquote 37 procent).

Scheefwonen
Het aandeel dure scheefwoners (huurders huren relatief duur voor hun inkomen) én goedkope scheefwoners (huurders huren relatief goedkoop voor hun inkomen) ligt een stuk hoger in de particuliere huursector. In 2015 woonde 12,9 procent van de huishoudens in een corporatiewoning duur scheef, ten opzichte van 19,6 procent in een particuliere huurwoning. Voor goedkoop scheefwonen lagen die percentages op 13,7 procent (corporatiewoningen) en 15,3 procent (particuliere huurwoningen). 

Het goedkoop scheefwonen in de corporatiesector nam licht af: van 14,4 procent in 2014 naar 13,7 procent in 2015. Het duur scheefwonen in de corporatiesector nam iets toe: van 12,0 procent in 2014 naar 12,9 procent in 2015.

 

bron: https://www.aedes.nl/artikelen/klant-en-wonen/huurbeleid/feiten-en-cijfers/lokale-monitor-wonen-woonlasten-huurders-particuliere-sector-hoger-dan-sociale-sector.html?source=alerts

Rabobank en ABN AMRO stellen verwachting huizenprijzen bij

Nu het aantal woningverkopen dit jaar fors hoger uitpakt dan verwacht, stellen de Rabobank en de ABN AMRO hun verwachting voor de huizenprijzen in 2017 bij. Waar de Rabobank eerder uitging van een prijsstijging van 5 tot maximaal 7%, verwacht ze nu een gemiddelde stijging van 6,5%. ABN AMRO stelt haar verwachtingen bij van 5 naar 7%.

Volgens de Rabobank zijn er in het eerste kwartaal van 2017 55.911 woningen verkocht. Dit is 30% meer dan in dezelfde periode vorig jaar en daarmee het beste eerste kwartaal ooit. De huizenprijzen stegen de eerste drie maanden van 2017 met 6,8% ten opzichte van het eerste kwartaal vorig jaar, aldus de Rabobank.

Schaarste

Philip Bokeloh, econoom bij ABN AMRO: "De gemiddelde vraagprijs voor een woning is momenteel 331.000 euro. Dat is 7,6% hoger dan een jaar geleden. Een belangrijke reden voor deze forse stijging is de toenemende schaarste. Hoewel de bouw weer aantrekt, blijft het aantal opgeleverde woningen achter bij de groei van het aantal huishoudens. Daar komt voorlopig waarschijnlijk geen eind aan. Ook blijft de hypotheekrente laag. We verwachten dat deze in de loop van 2017 stijgt, maar dat gaat minder hard zijn dan we eerder meenden. Vanwege de sterke resultaten over de eerste vijf maanden van het jaar én de lagere hypotheekrenteverwachtingen, verhogen we onze ramingen."

Snel verkocht

De Rabobank denkt dat de oorzaak voor de versnelde prijsstijging van de huizen bij deze lage hypotheekrente ligt. Hierdoor kunnen woningkopers hun nieuwe huis voordelig financieren. Ook is volgens hen het consumentenvertrouwen hoog door de economische groei en de inkomensstijging. Hierdoor worden woningen dan ook snel verkocht. In het eerste kwartaal van 2017 stond een woning gemiddeld 77 dagen te koop. In dezelfde periode vorig jaar was dit nog 107 dagen.

Appartementen

Aangezien het aandeel doorstromers op de woningmarkt groeit, stegen volgens de ABN AMRO de prijzen van huizen boven de 250.000 euro in het eerste kwartaal het hardste (8%). Goedkopere woningen hadden een toename van 7%. Volgens de economen van de bank zijn appartementen momenteel meer in trek dan hoek- en rijwoningen. Op hun beurt stijgen deze laatstgenoemde woningtypes harder in waarde dan vrijstaande woningen. Ook zijn vooroorlogse woningen populairder dan naoorlogse huizen. Dit is te verklaren door de toenemende belangstelling voor wonen in de stad en het liefst in of bij het centrum, aldus de economen. In deze buurten zijn vaak meer oude woningen en appartementen te vinden.

2018

Het Economisch Bureau van ABN AMRO stelt ook deels de verwachtingen voor 2018 bij. De economen denken dat de prijzen volgend jaar met 5 %t stijgen. Tot op heden ging het Economisch Bureau uit van een lichtere toename (3%). De economen houden wel vast aan een afname van het aantal woningverkopen in 2018 ten opzichte van dit jaar. ABN AMRO gaat uit van een daling van 5 procent.

 

bron: https://www.vastgoedactueel.nl/nieuws/rabobank-en-abn-amro-stellen-verwachting-huizenprijzen-bij

Neem contact op met Leeghuis

Persoonlijk advies? Neem contact op met Leeghuis - verkopen en verhuren

Inschrijven als verhuurder

ik wil mijn woning verhuren