Leeghuis nieuws m.b.t. aankoop en verhuur op de woningmarkt

Tien dingen die je moet weten over de woningmarkt

Sterfte zorgt voor meer woningen dan nieuwbouw. Tiny houses en tijdelijke woningen zijn in opkomst en nog acht opvallende zaken over de woningmarkt en volkshuisvesting.

Hoe staat de Nederlandse volkshuisvesting ervoor? Minister Plasterk (wonen) stuurde dinsdag vijf nieuwe studies naar de Tweede Kamer. Dat levert een paar verrassende nieuwe inzichten over het betaalbare deel van de woningmarkt op. En een paar nieuwe feitjes.
1) Vergrijzing zorgt niet voor bouwhausse met seniorenwoningen

De vergrijzing zorgt niet voor een omvangrijke bouwopgave. Ouderen zullen om verschillende redenen minder een beroep doen op een sociale huurwoningen. Een van de redenen: ouderen worden welvarender. Ook blijken ouderen zich vaak goed te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. De meeste woningen waarin ze wonen zijn met een beperkte verbouwing (minder dan 10.000 euro) tot hoge leeftijd goed bewoonbaar.
2) Sterfte zorgt voor meer woningen dan nieuwbouw

De vergrijzing zorgt niet alleen voor een nieuwe woningvraag. Door sterfte komt er ook steeds meer woningaanbod beschikbaar. Nu al komen er jaarlijks meer woningen beschikbaar door sterfte dan door nieuwbouw. In de toekomst zal deze verhouding verder verschuiven. Nu komen er nog meer huur- dan koopwoningen vrij door sterfte, maar over vijftien jaar gaan grondgebonden koopwoningen de boventoon voeren. In 2015 kwamen er 18.000 koopwoningen vrij door sterfte, in 2050 ligt dit aantal op 50.000 per jaar.
3) Doelgroep sociale huur 15 procent gegroeid

We hebben te veel sociale huurwoningen, riep minister Blok vier jaar geleden. Inmiddels is de wereld veranderd. De primaire doelgroep (inkomens tot 35.739 euro) voor sociale huisvesters is tussen 2009 en 2015 met 15 procent toegenomen, terwijl het totaal aantal huishoudens met vier procent is toegenomen, blijkt uit de Staat van de volkshuisvesting 2017. De crisis heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld. De doelgroep kan de komende jaren weer dalen als de werkgelegenheid blijft stijgen.
4) Meer lage inkomens in corporatiewoningen

Het geroep om scheefwoners uit hun huizen te krijgen zal de komende tijd minder worden. Een steeds groter deel van de corporatiewoningen wordt bewoond door de doelgroep van de corporaties. Van ruim zeventig procent in 2009 naar tachtig procent in 2015. Door de crisis is het inkomen van veel huishoudens lager geworden.
5) Kwart lage inkomens woont in koopwoning

Niet iedereen met een laag inkomen heeft een corporatie als huisbaas. Een kwart van de primaire doelgroep van corporaties woont in een koopwoning. Vrijesectorhuurwoningen zijn voor een op de twintig huishoudens met een laag inkomen ook een oplossing. Dat er meer sociale huurwoningen bij moeten komen blijkt ook uit het feit dat 28 procent van de vrijesectorhuurwoningen in 2015 werd bewoond door de primaire doelgroep van corporaties; in 2009 was het aandeel nog 24 procent.
6) Stichtingskosten daalden naar 160.000 euro, maar stijgen nu

Een nieuwe woning bouwen werd de laatste jaren goedkoper voor corporaties. De stichtingskosten waren in 2016 gemiddeld 160.000 euro incl btw. Dit bedrag bestaat voor 70 procent uit bouwkosten. Die zijn inmiddels aan het stijgen, onder andere vanwege de krappere bouwmarkt. De mediane grondprijs is 20.200 euro voor een eengezinswoning en en 16.700 euro voor een meergezinswoning.
7) Onrendabele top kleiner

De onrendabele top (verschil tussen bedrijfswaarde en stichtingskosten) is van 2011 tot 2016 gedaald. Gemiddeld is het boekhoudkundige exploitatieverlies 35.000 euro. Oorzaak van de daling zijn onder meer afnemende stichtingskosten en bedrijfslasten en een lagere rente. In 2016 lijkt een stijging te worden ingezet, omdat een groep corporaties duurdere maar ook duurzamere nieuwbouw is gaan bouwen.
8) Corporaties bouwen kleiner en soberder

Woningen worden steeds kleiner en soberder. Een nieuwe eengezinswoning is in 2017 100 vierkante meter groot (2016: 106 m2), een meergezinswoning is in 2017 heeft een gebruiksoppervlak van 72 vierkante meter en is 20 procent kleiner dan in 2014. De op 1 april 2017 ingevoerde heffingsvermindering in de verhuurdersheffing voor betaalbare huurwoningen draagt bij aan deze omslag.
9) Kwart corporaties bouwt duurzamer

Nieuwe woningen worden niet alleen klein en soberder, ze worden ook duurzamer. Een kwart van de nieuwbouwwoningen van corporaties krijgt een betere energieprestatie dan het Bouwbesluit voorschrijft. Wel beleeft de energieprestatievergoeding geen doorbraak. Te veel risico, vinden de corporaties, die argumenteren dat de woonkosten van nul-op-de-meterwoningen hoger zijn dan gangbare nieuwbouwwoningen.
10) Tiny houses en tijdelijke woningen in opkomst

Bij 15 procent van de prestatieafspraken tussen corporaties, gemeenten en huurders zijn concrete afspraken opgenomen over nieuwe bouwmethoden voor betaalbare woningen. Dat wil zeggen: moeten er bijvoorbeeld tiny houses of (andere) tijdelijke woningen komen? Een jaar geleden werd geen enkele prestatieafspraak geteld met nieuwe vormen van betaalbare woningbouw. De aandacht in prestatieafspraken voor herbestemming van kantoren en leegstaand vastgoed groeide in dezelfde tijd van 0 naar 22 procent.

 

bron: https://www.cobouw.nl/woningbouw/nieuws/2017/6/tien-dingen-die-je-moet-weten-de-woningmarkt-101249374

Waarom we allemaal in de grote stad willen wonen

Het is er druk, de huizen zijn er duur en klein en mensen zijn er minder gelukkig. Toch willen heel veel mensen graag in een grote stad wonen. Waarom kiezen we vaak voor de vieze en dichtbevolkte stad, in plaats van het idyllische platteland?

De afgelopen tijd kwamen er elk jaar meer mensen naar de stad dan dat er weggingen. Onderstaande grafiek laat de (verwachte) groei in stedelijke en niet-stedelijke gebieden zien:

Dat is niet altijd zo geweest: in de jaren tachtig trokken juist meer mensen van de stad naar de buitengebieden.

Het is al jaren zo dat vooral jongeren naar de stad trekken. Grote factor daarbij: universiteiten. Die staan nu eenmaal in grote steden. De kans is ook groot dat afgestudeerden er blijven hangen. Er is lekker veel werk en de clubs, restaurants en bioscopen zitten om de hoek.

Veel jongeren huren daar, maar ook mensen die hun eerste huis kopen doen dat vaker in stedelijk gebied:

Tot eind vorige eeuw kwamen die jongeren altijd wel op het punt dat ze weer weg wilden. Ze werden ouder, kregen kinderen en een groot huis, tuin en rust werden steeds aanlokkelijker. Zo hielden de stad en de rest van het land elkaar in evenwicht.

Maar daar is sinds de jaren negentig verandering in gekomen. Veel stadsgezinnen trekken niet meer weg uit de stad, maar blijven. Daarnaast gaan immigranten ook vaak in de stad wonen. Dat betekent dat steden harder en harder groeien en verjongen, terwijl veel kleinere gemeentes juist krimpen en vergrijzen.

Kijk maar eens in de onderstaande grafiek. Daar zie je dat de bevolking in de Randstad per saldo het hardst is gegroeid, zowel vanuit Nederland als vanuit het buitenland.

Wat zijn de verklaringen?

Allereerst: jongeren van nu doen alles later dan vroeger. "Ze studeren langer, krijgen veel later kinderen, trouwen later en settelen zich dus ook later", zegt Dorien Manting, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving. "Ze maken dus ook later de keuze om uit de stad weg te gaan."

Daar komt bij dat steden er sinds de jaren tachtig van alles aan hebben gedaan om de stad aantrekkelijker te maken voor jonge gezinnen (denk aan de vinex-wijk). Jonge gezinnen hebben dus minder reden om weer weg te trekken.

Buitenlandse migranten, die een groot deel uitmaken van de trek naar de stad, willen er graag wonen vanwege de voorzieningen: een opleiding en taalcursus is daar nu eenmaal makkelijker te vinden dan in een dorp. Omdat er in de stad al veel migranten wonen, is de kans ook nog eens groot dat ze daar sneller vrienden maken.

In 1950 leefde 30 procent van alle mensen op aarde in een grote stad, nu is dat al meer dan de helft. De Verenigde Naties verwachten dat dit percentage in 2050 is opgelopen tot 66 procent. In Azië en Afrika gaat de urbanisatie het hardst.

In veel Europese landen, ook in Nederland, zijn steden niet altijd populair geweest. In 1980 vertrokken in Amsterdam veel meer mensen dan erbij kwamen. Sinds de jaren negentig neemt het aantal weer toe.

Maar experts denken dat er ook nog wat sociologische verklaringen meespelen. Het draait dan vooral om de voorkeuren en keuzes die de millennial maakt.

"Jongeren van nu hebben veel meer het idee: ik leef maar één keer en ik moet elke kans grijpen", zegt Zef Hemel, bijzonder hoogleraar grootstedelijke vraagstukken. "In de stad zijn veel meer mogelijkheden, dus waarom zou je in een dorp blijven wonen? Amsterdam is interessanter. Nóg interessanter is Londen."

Jongeren in Amsterdam identificeren zich dus eerder met andere wereldsteden dan met de provincie, denkt ook econoom Paul van den Noord. "Ik denk dat mensen in de grote stad zich niet als inwoners van een land zien, maar als onderdeel van een stedennetwerk. Ze vinden het geen enkele moeite om naar andere steden te vliegen om vrienden te bezoeken, maar Zeeland is te ver."

Hemel denkt verder dat jongeren minder materialistisch zijn dan vroeger. "Mijn generatie was erg gesteld op een eigen huis, een auto, een tuin en een gezinsleven", zegt Hemel. "Maar jongeren van nu zijn veel gevoeliger voor atmosfeer en reputatie. Ze zijn zo idealistisch dat ze ruimte willen delen: ze willen in de stad wonen, ondanks dat het duur en klein is."

Een millennial die niks geeft om een groot huis? Daar is niet elke onderzoeker het mee eens. "Ik moet zelf nog de eerste millennial tegenkomen die dat gelooft", zegt Rink Drost, die voor een bouwbedrijf onderzoek doet naar de woningmarkt. "Er is een kleine groep die dat oprecht vindt, maar het grootste deel wil anders."

"Uit woonenquêtes blijkt dat de meeste mensen, ook jongeren, het liefst het klassieke rijtjeshuis, met een voor- en achtertuin met een parkeerplaats willen. Dat mensen iets anders kiezen, is omdat het niet financieel haalbaar is."

Hoe zal het verder gaan met de steden? Daar zijn experts het over eens: de verwachting is dat de trek naar de steden de komende jaren door zal gaan, terwijl het platteland leegloopt.

Al denkt Manting dat het best wel eens mee kan vallen met die groei: "We zitten nu in een fase dat iedereen een huis in de stad wil. Maar het kan echt omslaan. Als de prijs-kwaliteit heel erg fors uiteen gaat lopen, zullen mensen vanzelf wegtrekken of de stap niet maken."

 

bron: https://nos.nl/op3/artikel/2178292-waarom-we-allemaal-in-de-grote-stad-willen-wonen.html

Droomhuis vinden via datingsite voor huizen?

Een huis kopen valt niet mee tegenwoordig. Je hebt veel concurrentie van andere kopers en het aanbod aan koopwoningen slinkt. Is omgekeerd zoeken dé oplossing?

Lang niet alle mensen met verhuisplannen verkassen ook echt. Het probleem is namelijk dat je wel eerst een betaalbaar ander huis moet vinden. En die zijn schaars in de huidige woningmarkt. In plaats van wachten tot jouw droomhuis op Funda verschijnt, kan je nu ook omgekeerd zoeken. Op de ‘datingsites voor huizen’ neem jij als koper het initiatief.

Makelaarsvereniging NVM stelt dat maar liefst 68 procent van de woningeigenaren verhuisplannen heeft. Toch voegt slechts 5 procent jaarlijks de daad bij het woord. Er is dus een grote groep huiseigenaren die open staat voor eventuele interesse van kopers.

Lees ook: 'Een startershuis kopen moet 3.000 euro goedkoper'
Mag ik jouw woning kopen?

Stel dat je graag in een bepaalde wijk wil wonen. Je kunt dan ouderwets flyeren om potentiële verkopers te benaderen. Maar dat kost veel tijd. Je kunt dus tegenwoordig ook online je koopinteresse kenbaar maken. Eigenaren van huizen in de wijk zien dat jij interesse hebt en kunnen je vervolgens benaderen. Voorbeelden van dergelijke sites zijn:

    https://www.spotjewoning.nl
    https://www.hoodhunt.nl/
    https://vodem.nl

Hoe werkt woningdaten?

Hoewel de sites verschillend zijn, is het principe hetzelfde. Je geeft als koper op een kaart aan waar je graag wil wonen. Dat kan heel specifiek in één bepaalde straat. Meer kans maak je met het selecteren van een hele wijk. Woont er iemand in die wijk met sluimerende verhuisplannen, dan kan jouw interesse de reden zijn om het huis aan te bieden. Na het uitwisselen van contactgegevens spelen de sites geen rol meer in het proces.

Is het gratis?

Voor kopers is het gratis om aan te geven waar je een huis wil kopen. Ook huiseigenaren kunnen kosteloos een account aanmaken om te zien of er interesse is in hun huis. Is dat het geval, dan kun je de contactgegevens van de geïnteresseerde opvragen. Hiervoor betaal je een bedrag dat per site verschilt, reken op gemiddeld € 5 per contact.
Heeft het kans van slagen?

Het idee van omgekeerd zoeken heeft zeker kans van slagen. Want naar een makelaar gaan om je huis te koop zetten is een grote stap. Even checken of iemand interesse heeft in je huis is een stuk laagdrempeliger. Nadeel is wel dat de verkoper het initiatief moet nemen om de interesse concreet te maken. Wat dat betreft is een ouderwetse flyer door de brievenbus nog steeds directer.

Lees ook: Hypotheek in 2017? Vraag hem op tijd aan en voorkom problemen

Het succes van de sites zal afhangen van het bereik. Funda is een begrip en trekt maandelijks miljoenen bezoekers. Bij een groter bereik is de kans groter dat koper en verkoper bij elkaar komen. De startende sites hebben die marketingkracht nog niet en moeten zich eerst bewijzen.

Lukt het je in deze drukke woningmarkt niet om aan je droomhuis te komen? Met ‘woningdaten’ maak je extra kans. Wel staat het nog in de kinderschoenen. Vergeet dus niet ook regelmatig Funda te checken!

 

Bron: https://www.wegwijs.nl/artikel/2017/06/droomhuis-vinden-via-datingsite-voor-huizen

Neem contact op met Leeghuis

Persoonlijk advies? Neem contact op met Leeghuis - verkopen en verhuren

Inschrijven als verhuurder

ik wil mijn woning verhuren